Onder de motorkap zijn er talloze fouten opgespoord met behulp van geautomatiseerde testprogramma’s en geheugencontroles. Daardoor zijn verschillende potentiële beveiligingslekken gedicht. Zo voorkomt de bijgewerkte driver dat gevoelige gegevens uit het kernelgeheugen onbedoeld kunnen weglekken naar reguliere programma’s, en zijn er problemen verholpen waarbij beschadigde gecomprimeerde bestanden of corrupte partitietabellen konden leiden tot geheugenfouten of crashes. Daarnaast is er een nieuwe koppeloptie toegevoegd waarmee bestanden op Windows-partities kunnen worden aangemaakt zonder overbodige Linux-specifieke rechtenkenmerken achter te laten.
In de praktijk betekent dit vooral dat het systeem een stuk minder snel onderuitgaat wanneer je een oude of haperende NTFS-schijf aansluit. In plaats van een vastloper vangt het stuurprogramma lees- en schrijffouten nu netjes af, waardoor het risico op dataverlies of misbruik via een verdachte schijf een stuk kleiner wordt. Voor wie Linux en Windows naast elkaar gebruikt, voelt de omgang met partities daardoor simpelweg een stuk betrouwbaarder en voorspelbaarder.
Hoewel er de afgelopen tijd ook aan andere manieren is gewerkt om NTFS te ondersteunen binnen de kernel, laat deze nieuwe lading patches zien dat Paragon Software actief blijft sleutelen aan de bestaande NTFS3-code. Met de komst van versie 7.4 wint Linux daarmee opnieuw aan robuustheid bij de interactie met traditionele Windows-opslag.
