De Linux-kernel zet met versie 7.4 een flinke stap voorwaarts in de ondersteuning van moderne mobiele en desktopprocessors. In een omvangrijke reeks updates is de basis gelegd voor chips zoals Apples M4 en de A18 Pro, maar ook voor de Tensor 5 van Google. Daarmee komt het moment dichterbij dat de nieuwste generatie MacBooks en Pixel-toestellen zelfstandig op Linux kan draaien.
Een kernel vormt de directe brug tussen de hardware en de software, en voor moderne zogeheten System-on-Chips (SoC’s) is heel specifieke code nodig om alle ingebouwde componenten aan te sturen. Naast de nieuwe chips van Apple en Google bevat deze update ook voorbereidingen voor onaangekondigde Qualcomm-processors en tientallen nieuwe ontwikkelborden. Doordat deze code direct in de hoofdversie van de Linux-kernel belandt, hoeven ontwikkelaars niet langer met losse softwareaanpassingen te werken om de hardware aan te spreken.
In de praktijk betekent dit nog niet dat gebruikers morgen direct een complete Linux-desktop vlekkeloos kunnen draaien op een M4-laptop. Het gaat hier om een eerste fundament, waarmee basale zaken zoals processorkernen en geheugenbeheer beginnen te functioneren. Complexe onderdelen zoals grafische versnelling en geavanceerd energiebeheer vragen meestal nog flink wat ontwikkeltijd voordat alles soepel en zuinig werkt voor dagelijks gebruik.
De toevoeging laat vooral zien dat fabrikanten en opensource-ontwikkelaars er steeds sneller bij zijn om moderne hardware geschikt te maken voor Linux. Voor wie in de toekomst niet gebonden wil blijven aan macOS of Android op nieuwe apparatuur, vormt deze stap een belangrijke bouwsteen voor echte keuzevrijheid.
