De Linux-kernel zet weer een flinke stap op het gebied van virtualisatie. In de nieuwste ontwikkelingsronde voor versie 7.4 zijn tientallen verbeteringen doorgevoerd in KVM, het ingebouwde virtualisatiesysteem van Linux. De opvallendste toevoeging is de voorbereiding op toekomstige AMD EPYC-processors met de Zen 6-architectuur, al profiteren ook andere serveromgevingen van deze update.
Voor de onaangekondigde Zen 6-chips van AMD voegt de kernel ondersteuning toe voor Page Modification Logging, afgekort tot PML. Dat klinkt misschien technisch, maar het is een slimme hardwarefunctie die nauwkeurig bijhoudt welke delen van het werkgeheugen worden aangepast door een virtuele machine. Waar de processor voorheen meer rekenkracht kwijt was aan het monitoren van geheugenwijzigingen, gebeurt dat straks efficiënter op chipniveau.
In de praktijk betekent dit vooral dat het verplaatsen van actieve virtuele machines tussen servers, zogeheten live migraties, een stuk soepeler en sneller verloopt. Voor datacenters en cloudproviders levert dat minder vertraging op tijdens onderhoud en piekbelastingen. Daarnaast bevat de update een interessante uitbreiding voor grote systemen: beheerders kunnen voortaan ARM64-omgevingen virtualiseren op IBM s390-mainframes, wat voorheen een stuk lastiger was.
Hoewel deze verbeteringen vooral gericht zijn op zware servers en clouddiensten, laten ze zien hoe ver Linux vooruitkijkt. Door nu al functies voor processors in te bouwen die pas over enige tijd op de markt komen, staat de software direct klaar zodra de nieuwe hardware verschijnt.
