Canonical, het bedrijf achter het populaire Linux-besturingssysteem Ubuntu, heeft aangekondigd dat het de ondersteuning voor ARM64-architectuur drastisch wil verbeteren. Het doel is om ARM64 tegen 2026 net zo’n ‘eersteklas’ platform te maken als de traditionele x86-architectuur, die we kennen van de meeste desktops en laptops. Dit betekent dat Ubuntu op ARM64-systemen, zoals bepaalde servers, embedded apparaten en zelfs toekomstige laptops, net zo goed moet presteren en functioneren als op Intel- of AMD-hardware.
Volgens Ravi Kant Sharma, de Ubuntu Foundations Engineering Manager bij Canonical, wordt er fors geïnvesteerd om dit te realiseren. Concreet houdt dit in dat de ontwikkelteams zich richten op volledige pariteit tussen de architecturen. Dat wil zeggen: dezelfde tools, dezelfde softwarepakketten, en een identiek testproces voor zowel x86 als ARM64. Het gaat hierbij niet alleen om de server- en cloudomgevingen waar ARM64 al langer terrein wint, maar ook om de desktopervaring, mochten ARM-laptops verder doorbreken.
Voor gebruikers en ontwikkelaars heeft dit belangrijke gevolgen. Als je vandaag de dag Ubuntu op een ARM64-apparaat draait, kun je soms tegen beperkingen aanlopen, bijvoorbeeld met software die nog niet geoptimaliseerd is of minder stabiel draait. Met de nieuwe focus van Canonical zal dit verleden tijd moeten zijn. Je kunt dan verwachten dat software soepeler werkt, er minder compatibiliteitsproblemen zijn en de algehele stabiliteit van het systeem toeneemt, ongeacht de onderliggende chip. Dit maakt Ubuntu een nog aantrekkelijkere keuze voor de groeiende markt van ARM-gebaseerde hardware.
Deze stap van Canonical onderstreept de toenemende relevantie van ARM in de techwereld, van datacenters tot aan consumentenapparaten. Door Ubuntu hier volledig op voor te bereiden, positioneert Canonical zich sterk voor de toekomst en zorgt het ervoor dat gebruikers kunnen profiteren van de voordelen die ARM-architectuur te bieden heeft, ondersteund door een robuust en betrouwbaar besturingssysteem.
