Waarom is Linux zo groot op supercomputers !?

 

Linux had al jaren een dominante positie veroverd binnen de niche supercomputers en nu bestaat de gehele TOP500, de halfjaarlijkse toplijst van 's werelds snelste computers, uit supercomputers die Linux draaien. Dat is nog indrukwekkender dan Intels dominantie op hetzelfde gebied: de chipfabrikant levert 92 procent van de processoren.

Vandaag kijken we naar hoe het besturingssysteem deze positie verkreeg. Hoe kreeg dit besturingssysteem van een student uit Finland het voor elkaar om over giganten heen te walsen als Microsoft Windows en servergrootheid Unix, gesteund door reuzen als IBM, Sun en HP?

Het was een samenloop van omstandigheden die perfect uitpakten voor Linux. Ten eerste was Unix gefragmenteerd en verbonden aan specifieke leveranciers. Unix System V werd door AT&T (Bell Labs) gelicentieerd aan leveranciers die er hun eigen draai aan gaven. Sun Microsystems maakte Solaris, IBM had AIX, HP kwam met HP-UX en SGI bracht IRIX uit. Ze waren niet compatibel met elkaar en in het beste geval moest je hercompileren als je wilde porten.

"Er zou geen Linux zijn zonder Unix", zegt onderzoeker Steve Conway van Hyperion Research, de HPC-tak van tech-onderzoeksbureau IDC. "Linux werd daarop gebouwd, maar is opener en niet leverancier-afhankelijk. Dus er was een kans voor Linux om een hele gemeenschap te bouwen op één besturingssysteem."

Geen van de grote Unix-varianten ondersteunde de x86-architectuur. Sun wel met SunOS, wat een tekstgebaseerd besturingssysteem was, en het bedrijf had Solaris voor x86, maar zette daar nooit mee door. Alle andere Unixen waren gebaseerd op RISC-processoren. Niemand zag ook de gigantische opkomst van x86-servers aankomen.

Voordat Linux er was, waren de breedst ondersteunde x86 Unix-versies Xenix van The Santa Cruz Operation en FreesBSD van UC Berkeley. Maar Xenix was vooral een desktop-besturingssysteem en geen server-OS. Tegen de tijd dat Caldera Systems het kocht in 2001 was de kans allang verkeken en had Linux al momentum verzameld.

 
En dan was er natuurlijk nog Microsoft. Het had clustersoftware al zo vroeg als Windows NT 4.0, maar deed pas een echte poging in 2006 met Windows Compute Cluster Server 2003. Ook daar werd niet zoveel moeite in gestoken en in dit decennium werd een aantal van de clustertechnologieën toegevoegd aan de standaard Server-editie.

"Microsoft richtte zich een paar jaar op HPC, maar zette zijn gewicht er niet echt achter", vertelt Hyperion Research's Conway. "Ze waren daar niet alleen in; niemand verwachtte dat de markt zo groot zou worden als het werd. Dit was voor het grootste deel de tijd voor clusters. In de jaren 90 was de HPC-markt in zijn totaliteit nog geen twee miljard euro waard. Vorig jaar was het 18 miljard euro."

Waarom HPC dan wel een vlucht nam? Programmeurs van ruimtevaartorganisatie NASA bedachten in de jaren 90 een manier om x86-servers te clusteren om een goedkoper alternatief te bieden voor dure, propriëtaire HPC-systemen. Het project had de naam Beowulf en was OS-agnostisch: elk vrij en open source besturingssysteem voldeed. Maar de investeerders gebruikten Linux en zo bouwde het vaart op.

"Cluster-computing verscheen rond het jaar 2000 en dat gaf Linux een boost", aldus Conway. "De HPC-markt werd langzaam overgenomen door clusters en de aantrekkingskracht was dat je er gewone hardware voor kon gebruiken en gangbare software, zoals Linux. Gedurende het eerste decennium van de eeuw groeide de HPC-markt stevig door."

NASA's Beowulf ondersteunde FreeBSD, dus waarom werd dat OS niet groot op supercomputerclusters? HPC-onderzoeker Conway vermoedt dat dat te maken heeft met een gebrek aan promotie, omdat de technologie zelf een goed idee was.

 
 

Promotie

Linux heeft namelijk iets dat FreeBSD niet heeft en dat is Linus Torvalds. De Linux-vader staat bekend als een harde, veeleisende (misschien iets te) leider met een wrede kant, waarvan zelfs Steve Jobs zou denken dat het wel een tandje minder kan. Maar hij is de leider die het project nodig had.

Het laatste ontbrekende stukje was ondersteuning van leveranciers - iets wat FreeBSD nooit had. Linux had grote bedrijven achter zich verzameld. Ik herinner me een computerbeurs in 1993 waar ik Bob Young met cd-roms zag leuren met een heel vroege versie van Red Hat Linux.

Red Hat werd populair en hielp met het groter maken van Linux; UC Berkeley had zoiets nooit ondernomen met FreeBSD. Uiteindelijk kwamen Caldera, SuSe en Canonical ook en in 1999 deed een grote jongen van de klas Linux-ondersteuning uit de doeken: IBM. Unix was op dat moment over zijn hoogtepunt heen, alleen wist dat nog niet.

Linux - en Linus - deed het niet in zijn eentje. Het besturingssysteem staat op de schouders van reuzen als Dennis Ritchie, Ken Thompson, Keith Bostic, Richard Stallman, Bell Labs, Sun Microsystems, HP, IBM, SGI en nog veel meer mensen en bedrijven.

 

NEDLINUX FORUM

Het nederlandse linuxforum
Voor beginners en pro’s

 

 

 

 

E-mailadres



 

 

Nieuwste editie:

Linuxmag op Facebook

@linuxmagnl op Twitter

linuxmagNL Tellico, Beheer je verzameling collecties. Tellico is een beheerapplicatie voor collecties in het algemeen. Je bent… https://t.co/LZhBCYSlTn
13hreplyretweetfavorite
linuxmagNL Tellico, Beheer je verzameling collecties. Tellico is een beheerapplicatie voor collecties in het algemeen. Je bent… https://t.co/wjxPwhpqcg
13hreplyretweetfavorite
linuxmagNL Beheer je Synology NAS. Een NAS is uitgegroeid van een simpele harde schijf met netwerkaansluiting tot inmiddels ee… https://t.co/kaNvwnmQ55